Skip to main content

Full text of "In het krijt bij de overheid"

See other formats


de Nationale 
ombudsman 




In het krijt bij de overheid 

verstandig invorderen met oog 
voor maatschappelijke kosten 




-i 
i 




. 



^ 



^ 




i 



& 





17 januari 2013 
2013/003 



De burger heeft er recht op behoorlijk behandeld te worden door de overheid. En laten 
we duidelijk zijn: meestal gebeurt dat ook. Maar het lukt niet altijd. En dan is het goed 
dat iemand die zich benadeeld of onrechtvaardig behandeld voelt, voor bescherming 
terecht kan bij een onafhankelijk instituut. Dat instituut is de Nationale ombudsman. 



De Nationale ombudsman levert een bijdrage aan het herstel van vertrouwen in de 
overheid. Hij doet dit door zijn kennis te delen met overheidsinstanties, onderzoek te 
starten of mensen te helpen bij onnodige bureaucratic Een onderzoek van de Nationale 
ombudsman kan worden afgesloten met een rapport. Deze rapporten zijn openbaar en 
worden gepubliceerd op www.nationaleombudsman.nl 



de Nationale 
ombudsman 




In het krijt bij de overheid 

verstandig invorderen met oog 
voor maatschappelijke kosten 



Onderzoeksteam 

dr. mr. Y.M. van der Vlugt, prqjectleider 

W.C.P. van den Berg, onderzoeker 

M.M. van Steenbergen, projectondersteunin^ 



Ondersteuning 

be. A.S. Broeshart 



Rapportnummer: 2013/003 
Datum: 17 januari 2013 



Beschouwing 



Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen schulden, want die heb je zelf gemaakt. 
In de praktijk ligt dat echter niet altijd zo simpel. In het onderzoek 'Schulden komen nook 
alleen' 1 signaleerde ik al dat een groeiend aantal burgers niet langer zijn financiele 
verplichtingen kan nakomen. Onvoorziene tegenslagen zoals werkloosheid, 
hypotheekproblemen, een scheiding, ziekte, onverwachte terugvorderingen van de 
overheid, of het niet op orde hebben van de administratie onidat het te ingewikkeld wordt: 
allemaal mogelijke oorzaken van het ontstaan en verergeren van schulden. Bij ongeveer 
een op de tien huishoudens is er sprake van een problematische schuldsituatie (693.000 
personen) of dreigt er een te ontstaan (248.000 personen). 2 Bij meer dan twintig procent 
van de schuldenaren gaat het oni gezinnen met kinderen. 3 

Steeds meer mensen met financiele problemen wenden zich tot de Nationale ombudsman, 
met klachten over de manier waarop de overheid zich als schuldeiser opstelt. Dan gaat het 
over het terugvorderen of verrekenen van toeslagen door de Belastingdienst of uitkeringen 
door het UWV, invordering van een bijstandsuitkering door de gemeente en problemen 
met het betalen van verkeersboetes bij het CJIB en verhogingen vanwege te laat betalen. 
Klachten van deze strekking namen het afgelopen jaar sterk toe. Schulden nemen bij 
burgers toe en de financiele buffers om tegenvallers op te kunnen vangen verdampen snel. 
Hierdoor komen veel burgers financieel in de knel. 



1 Schulden komen nooit alleen. 
Aandachtspunten voor de 
schuldhulpverlening, Rapport 
Nationale ombudsman van 
29 juni 2012 (2012/110). 

: Nadjajungmann fmei 2012), 
Schuldenproblematiek, een 
vraagstuk in transitie. D. 
Bleeker e.a. (2010), Monitor 
betalingsadtterstanden, Panteia, 
Den Haag; CM. van 
Ommeren e.a. (2009), 
Huishoudens in rode rijfers, 
Panteia, Den Haag. 

1 Verkenning regievoering 
schuldhulpverlening (mei 
2012), in opdracht van 
Divosa, Den Haag/Utrecht. 



Vanuit de politiek wordt veelal geroepen dat burgers hun schuldproblemen zelf moeten 
oplossen. Natuurlijk zijn burgers in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor de eigen 
geldzaken. De meeste burgers zijn zelfredzame mensen die prima in staat zijn om hun 
financien op orde te brengen en eigen schulden aan te pakken. Maar die financiele 
zelfredzaamheid geldt niet voor iedereen. De Rijksoverheid in Den Haag en de gemeenten 
hebben een groot aantal verschillende regelingen gecreeerd, waarvan gezinnen met een 
krappe huishoudbeurs financieel afhankelijk zijn. Daardoor zijn groepen burgers ook 
afhankelijk geworden van de goede werking en uitvoering van al die regelingen. Een 
toekenning van een voorschot op de ene dag kan op een andere dag voor een belangrijk 
deel herberekend en teruggevorderd worden. Zo krijgt iemand schulden. Wat mij als 
Nationale ombudsman opvalt is dat veel schulden ontstaan doordat al die verschillende 
overheidsregelingen zo complex zijn en vaak zo onoverzichtelijk en onvoorspelbaar in hun 
uitwerking, dat er onnodig veel meer probleemschulden ontstaan. Dus een deel van de 
schulden ontstaat simpelweg door de complexiteit van de regelgeving, die juist ten doel 
heeft burgers van het noodzakelijk minimum te voorzien. Voor een dergelijk minimum 
is bijvoorbeeld een optelsom van twee of meer uitkeringen (gedeeltelijke arbeidsongeschikt- 
heidsuitkering of werkloosheidsuitkering en aanvullende bijstand) niet ongebruikelijk. 



jj|| In het krijt bij de overheid 



Daarbij konien dan nog de toeslagen voor zorg, huur en kindertoeslag. De wetgever heeft 
ervoor gekozen dat uitkeringen en toeslagen op het eerste verzoek als voorschot worden 
verstrekt. Pas later, vaak meer dan een jaar later, wordt vastgesteld of en in hoeverre de 
burger er recht op had. Dat levert een inkomenssituatie op die van maand tot maand kan 
veranderen. Het goed beheren van het huishoudbudget wordt dan knap lastig. Vooral als 
diezelfde uitbetalende overheid in al zijn verschillende onderdelen geld terugvordert, 
uitkeringen en toeslagen verrekent, verhogingen oplegt wegens betalingsachterstanden 
en steeds hogere sancties eist vanwege het niet voldoen aan steeds ingewikkelder 
administratieve verplichtingen. 

Vanwege de grote invloed van de overheid op het huishoudbudget, blijkt die overheid in 
de praktijk de belangrijkste schuldeiser van Nederland te zijn. In haar rol als belastinginner 
moet de overheid zo veel mogelijk geld voor de schatkist binnenhalen. Als verdeler van 
gelden over de burgers is het haar taak om dit conform de regels te doen. Dit wordt steeds 
vaker dwingend en tot op de laatste cent nauwkeurig opgelegd door de wetgever. De 
overheid wordt met even zo grote financiele precisie ook een schuldeiser bij te veel often 
onrechte betaalde toeslagen en uitkeringen. Natuurlijk moet terugbetaald worden wat 
teveel is uitbetaald. Maar de overheid is een bijzondere schuldeiser, met een elementaire 
zorgplicht voor al haar burgers. Natuurlijk beheert de overheid in al zijn verschillende 
onderdelen de financiele verhoudingen tot burgers. Maar als ik kijk naar de effecten van 
invorderingsmaatregelen en van verrekeningen in concrete situaties, dan ontstaat er reden 
voor bezorgdheid. Onverhoedse invordering van de ene overheids-organisatie kan ertoe 
leiden dat dezelfde burger bij een andere overheidsinstantie voor hulp moet aankloppen. 
Veel onderdelen van de overheid gaan hun eigen weg als het gaat om invorderen, 
verrekenen en terugvorderen en zij hanteren ieder hun eigen uitgangspunt. Is dat een 
verstandige aanpak? Aan de ene kant schept de overheid talloze regelingen om een 
bestaansminimum te realiseren, aan de andere kant ontstaan bij de uitvoering ervan 
onoverzichtelijke taferelen, omdat de ene hand van de overheid vaak niet weet wat de 
andere doet, sterker nog, zich daar niets van aantrekt. Centraal in dit onderzoek staat 
daarom de vraag: op welke wijze kan de overheid verstandig schulden invorderen en 
tegelijkertijd voldoende oog houden voor de maatschappelijke gevolgen? 

De Nationale ombudsman, 




Dr. A.F.M. Brenninkmeijer 



jj|| | Beschouwing 



In het krijt bij de overheid 



Inhoudsopgave 



Beschouwing 2 

'Door inhoudingen van UWV en Belastingdienst kan ik niet meer rondkomen' 3 



1 


Inleiding 


5 


2 


Problemen overheid als schuldeiser 


7 




2.1 Complexiteit 


7 




2.2 Invorderingsbevoegdheden voor de overheid — steeds ingrijpender 


8 




2.3 Groeiende nadruk op terugvordering 


9 




2.4 Onvoldoende aandacht voor preventie 


10 




2.5 Hoogte boetes en rigide procedures 


10 




2.6 Inkomen daalt tot onder de beslagvrije voet 


11 




2.7 Burger met een inkomen rond het minimum: een kwetsbaar kaartenhuis 


12 




2.8 Geen samenwerking tussen overheden 


13 




2.9 Uitbesteding van (dwang)vordering 


14 




2.10 Medewerking aan schuldhulpverleningstrajecten 


14 


3 


Visie Nationale ombudsman op behoorlijke invordering 


15 


4 


Spelregels voor behoorlijke invordering door overheidsinstanties 


17 




4.1 Medewerking aan schuldhulpverleningstrajecten 


17 




4.2 Duidelijke beschikking 


17 




4.3 Flexibiliteit bij betalingsregelingen en kwijtschelding 


18 




4.4 Persoonlijk contact loont 


18 




4.5 Bescherming beslagvrije voet 


18 




4.6 Behoorlijke uitbesteding van (dwang)vorderingen 


19 




4.7 Samenwerking tussen verschillende overheidsinstanties 


19 


5 


Standpunten overheden over behoorlijke invordering 


20 




5.1 Medewerking aan schuldhulpverlening 


20 




5.2 Duidelijke beschikking 


21 




5.3 Flexibiliteit bij betalingsregelingen en kwijtschelding 


21 




5.4 Persoonlijk contact loont 


21 




5.5 Bescherming beslagvrije voet 


22 




5.6 Behoorlijke uitbesteding van (dwang)vorderingen 


22 




5.7 Samenwerking tussen verschillende overheidsinstanties 


23 


6 


Aanbevelingen 


24 


7 


Vooruitblik: behoorlijke invordering in de (nabije) toekomst 


26 



'Ze sturen steeds dure deurwaarders op me af 27 



\ Inhoudsopgave 



In het krijt bij de overheid 



'Door inhoudingen van UWV en Belastingdienst 
kan ik niet meer rondkomen' 



Ilona heeft een schuld van € 31.000. 'Die loopt elke maand verier op omdat ik met mijn kinderen in 
een vrijesector-huurwoning woon, Daar ben ik in 2009 gaan samenwonen, het huurcontract was van 
mijn ex en mij samen. 

Eerst was er nog niets aan de hand. Ik zit in de WAO vanwege een auto-immuunziekte. Mijn ex 
werkte in die tijd. Pas na twee jaar ontdekte ik dat hij vanafzijn werk de hele dag door zat te sms'en, 
voor vijf- tot zeshonderd euro per maand. Toen zijn telefoon werd afgesloten vond ik dat zo raar, dat ik 
een account heb aangemaakt met zijn 06-nummer. Zo ontdekte ik zijn belgedrag. Hijzelj was 
opgelucht dat ik het wist, dan hoefde hij het me niet meer te vertellen. Hij is twaalf jaar beroepsmilitair 
geweest. Nu heeft hij PTSS. De eengaat aan de drugs of drank na zoiets, hij raakte verslaafd aan 
sekslijnen. 

Toen wegingen samenwonen, bleefik huurtoeslag voor mijn vorige woning ontvangen. Omdat ik op 
dat geld geen recht had, zette ik het op een aparte rekening, om het uiteindelijk terug te kunnen 
betalen. Maar het geld blcefmaar komen, hoe ik ook meldde dat ik verhuisd was. Mijn ex maakte ons 
geld op met zijn verslaving en wist dat ik die rekening zou gaan gebruiken om tenminste eten voor mijn 
kinderen te kopen en om er zoveel mogelijk rekeningen mee te voldoen. Wat moetje anders? 

Twee jaar lang is dat zo doorgegaan. Bijna een jaar zijn we nu uit elkaar; mijn ex heeft me 
achtergelaten met een enorme schuld die onder andere is ontstaan door huur- en energieachterstand. De 
Belastingdienst houdt mijn kindertoeslag, zorgtoeslag en inkomstenbelasting in. De UWV heeft een 
loonbeslag van € 300 per maand gedaan omdat ik, volgens hen, niet had doorgegeven dat ik was gaan 
samenwonen. Wekelijks krijg ik brieven van deurwaarders die lets komen vorderen. Laatst nog werd 
ikgebeld door een deurwaarder, dat hij mijn auto kwam halen. Maar ik heb helemaal geen auto. Dat 
kon ik tien keer zeggen, de deurwaarder geloqfde me niet. Gelukkig heeft mijn case manager hem 
uiteindelijk kunnen overtuigen. Dan beklaagt zo'n deurwaarder zich, 'dat mevrouw niet bepaald 
aardig bleefaan de telefoon'. Ik kan dat niet meer opbrengen, ik loop op mijn tandvlees. Het 
interesseert alle schuldeisers en instanties niet hoe het komt of hoe ik eronder lijd. Ik heb schulden 
dus ik ben een slecht mens en ik moet gewoon betalen. 

Was er maar een simpele oplossing. Met een maandhuur van € 821 kom ik niet in aanmerking voor 
huurtoeslag. Van de gemeente krijg ik een tegemoetkoming in de huurkosten van € 277; dat is iets, 
maar nietgenoeg. Het traject van schuldhulpverlening kan niet beginnen, omdat ik te duur woon en 
mijn fxnanci'ele situatie instabiel is. De woningbouwvereniging moet mij een goedkopere woning bieden, 
maar die heeft niets voor me. In augustus beloofden ze dat ze binnen drie maanden een woning voor 
me zouden claimen. Maar ik heb nog niets. Zolang ik in dit dure huis woon, lopen de schulden op en 
gebeurt er verder niets. Dat is zofrustrerend. We leven intussen van de Voedselbank en eten veel bij 



mijn ouders. Schoolreisjes, dagjes uit, de peuterspeelzaal, dat zijn allemaal kosten waarvan ik wakker 
lig. Het liefst begin ik morgen aan het saneringstraject. Ik weet dat ik dan nog driejaar moet kromliggen, 
maar dan worden in elkgeval de schulden afgehst. Ik begrijp er niets van dat alle instanties elkaar 
tegenwerken en op elkaar wachten. De ombudsman heeft gelukkig het loonbeslag van de UWV 
teruggedraaid. Ah ik morgen kan verhuizen en kan beginnen met afbetalen, verschijnt er licht aan 
het einde van de tunnel. Maar voorlopig zie ik daar nog niets van.' 



4 In het krijt bij de overheid 



1 Inleiding 



Aanleiding 

Tijdens het onderzoek 'Schulden komen nooit alleen' werd duidelijk dat behoorlijke 
schuldhulpverlening niet alleen door schuldhulpverleners en gemeenten kan worden 
gerealiseerd. Andere overheden, ook op rijksniveau, zoals de Belastingdienst, het UWV, 
de SVB, spelen daarbij een zeer belangrijke rol. Ten aanzien van de rol van de overheid 
zijn twee knelpunten gesignaleerd: (1) de medewerking aan schuldhulpverlening door 
overheidsinstanties en (2) de rol van de overheid als schuldeiser en de wijze van invordering 
van schulden. 

Onderzoek 

Om de rol van de overheid als schuldeiser te onderzoeken is gekozen voor een ronde tafel 
met enkele grote invorderende overheidsinstanties: de Belastingdienst, het Uitvoerings- 
instituut Werknemers Verzekeringen (UWV), het College voor Zorgverzekeringen 
(CVZ), het Centraaljustitieel Incassobureau (CJIB) en twee gemeenten (Leiden en 
Utrecht). Het doel van deze bijeenkomst was om bij deze partijen een grotere bereidheid te 
creeren om mee te werken aan het voorkomen en het oplossen van problematische 
schuldsituaties. Ter voorbereiding van deze rondetafelbijeenkomst zijn in September 2012 
gesprekken gevoerd tussen onderzoekers, de Substituut ombudsman mevrouw Stehouwer 
en beleidsmedewerkers van de betreffende organisaties. Naar aanleiding van een 
verkenning van de klachten die de Nationale ombudsman ontving over invordering en 
deze voorbereidende gesprekken, zijn conceptspelregels voor behoorlijke invordering 
opgesteld. Deze vormden de grondslag voor de rondetafelbijeenkomst op 22 november 
2012 (het verslag hiervan is beschikbaar via onze website www.nationaleombudsman.nl). 
Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met organisaties die bekend zijn met schuldproblematiek 
en die werkzaam zijn binnen dit terrein, zoals de NVVK (brancheorganisatie voor 
schuldhulpverlening en sociaal bankieren), de KBVG (de Koninklijke Beroepsorganisatie 
van Gerechtsdeurwaarders) en met de LOSR (Landelijke Organisatie van Sociaal 
Raadsliedenwerk). Daarnaast zijn ook gesprekken gevoerd met deskundigen, zoals 
mevrouw N. Jungmann, lector Rechten, Schulden en Incasso aan de Hogeschool Utrecht. 



Centrale vraag 

Voor de Nationale ombudsman staat altijd het perspectief van de burger centraal. In dit 
onderzoek vormden de volgende vragen de leidraad: 

Hoe kan de overheid op een verstandige en behoorlijke wijze invorderen en oog hebben voor 

de maatschappelijke gevolgen? 

Wat mag de burger hierbij in redelijkheid van de overheid ah schuldeiser venvachten? 

Leeswijzer 

In dit rapport wordt in paragraaf 2 beschreven welke problemen en knelpunten de 
Nationale ombudsman ziet bij het optreden van de overheid als schuldeiser. Naar 
aanleiding hiervan heeft de ombudsman aanbevelingen geformuleerd over verstandig 
invorderen met oog voor maatschappelijke kosten (paragraaf 3). In paragraaf 4 worden de 
belangrijkste standpunten van de deelnemende overheidsinstanties over behoorlijke 
invordering weergegeven. Afsluitend volgen de aanbevelingen die de verschillende 
overheidsinstanties overstijgen. 



In het krijt bij de overheid 



2. 



Problemen overheid als schuldeiser 



4 Deze cijfers zijn ontleend aan 

de Verketming Rijksincasso 12 
tuwember 2010 (definitief concept), 
Business Case, Ministerie van 
Veiligheid enjustitie. 

" Deze cijfers zijn atkomstig van 
het ministerie van Financien, 
verstrekt op 2 januari 2012. De 
cijfers hebben betrekking over 
het kalendeijaar 2010. 

'' Deze cijfers zijn afkomstig van 
het ministerie van Financien, 
verstrekt op 2 januari 2013. De 
cijfers hebben betrekking op 
het toeslagjaar 2010. 



De overheid is de belangrijkste schuldeiser in Nederland! 

Doordat ze belastingen en heffingen oplegt, ten onrechte betaalde uitkeringen terugvordert 
en toeslagen in rekening brengt door boetes op te leggen, treedt de overheid op als 
schuldeiser. De overheid is zelfs een van de belangrijkste schuldeisers in Nederland. Elke 
burger is geld verschuldigd aan een of meer overheidsinstanties: een belastingaanslag van de 
Belastingdienst, een verkeersboete aan het CJIB of een invordering van de Wanbetalers- 
regeling door het CVZ. Bij de invordering van geldbedragen door de overheid gaat het 
om miljarden euro's. Ter illustratie getallen van enkele overheden 



Tabel 1 Invorderingen door overheid in 2010 



Instanties 


Aantal vorderingen 


Totaalbedrag 


Gemiddeld bedrag 1 


CJIB 4 

Wet Mulder 


11.823 


€ 607.000.000 


€51,50 


Belastingdienst (Belastingen) 5 


16.549.922 


€ 60.880.000.000 


€ 3.679 


Belastingdienst (Toeslagen) 6 


2.871.000 


€1.001.000.000 


€349 



2.1 



Complexiteit 



Burgers en bedrijven kunnen bij het ontvangen van overheidsbetalingen en het betalen van 
overheidsvorderingen in aanraking komen met een groot aantal overheidsorganisaties, van 
de Belastingdienst, het CVZ of het CJIB. Elke organisatie confronteert de burger met 
andere invorderingsregimes (termijnen en boeteregelingen). Waar de Belastingdienst 
verschillende betalingsherinneringen stuurt, wordt bij een Wet Mulder-boete van het CJIB 
binnen acht weken het boetebedrag met 50% verhoogd; na twaalf weken wordt dit 
nogmaals verdubbeld. 



Problemen overheid als schuldeiser 



' A.F.M.Brenninkmeijer, 
Diplomabnreancmlie. in: Public 
Mission (PM) 2012, afl. 10 
(december), biz. 7 (column); 
A.F.M. Brenninkmeijer, 
Steen in de hqfeijver - Kees 
Lunshonezing 20 1 2, 
uitgesproken op 28 november 
2012 bij Nieuwspoort, 
Den Haag. 

H Zie uitgebreid: N.Jungmann, 
A.J.Moeniian.H.D.L.M. 
Scliruer en I. van den Berg, 
Paritas Passe. Debiteuren en 
crediteuren in lie nnel door 
ongelijke incassobevoegdiieden, 
maart 2012. 



Maar het is nog complexer. Ook binnen eenzelfde organisatie kan de burger met 
verschillende regimes te maken te krijgen. De Belastingdienst kan bijvoorbeeld invorderen 
in het kader van de Inkomstenbelasting of de Motorrijtuigenbelasting (Blauw) of de 
Toeslagen (Rood). Het invorderingsbeleid van de overheid en de wetgeving die daaraan 
ten grondslag ligt, is verre van overzichtelijk. Bovendien veranderen regels vaak, waardoor 
de rechtszekerheid voor de burger steeds minder gewaarborgd wordt. Bestuurders 
verzuchten zelf al geregeld dat het systeem zo ingewikkeld is geworden, laat staan dat een 
gemiddelde burger hieruit wijs kan worden. 7 Maar ook de vordering zelf en de daarbij 
horende beschikking zijn vaak complex en in ingewikkelde taal geschreven: wat is de aard 
van de vordering (straf- of bestuursrechtelijk), over welke periode gaat de vordering, wat 
zijn de rechten van de burger, is bezwaar of beroep mogelijk, zijn er betalingsregelingen 
mogelijk en op welke voorwaarden? 

^i Probleem: complexiteit van het systeem dat voor de burger niet te begrijpen is. 

2.2 Invorderingsbevoegdheden voor de overheid - steeds ingrijpender 8 

Als een burger een schuld niet betaald heeft, of dit nu aan de overheid is of aan een andere 
schuldeiser, dan heeft de schuldeiser een aantal bevoegdheden om in te vorderen. Elke 
schuldeiser mag een aanmaning sturen en incassokosten in rekening brengen. Als de 
schuldenaar daar niet op reageert, dan heeft een schuldeiser een executoriale titel nodig om 
de schuld met dwang in te vorderen. Civiele partijen kunnen deze executoriale titel 
verkrijgen via een rechterlijk vonnis. Met deze executoriale titel kan de gerechtsdeurwaarder 
de betaling afdwingen door beslag te leggen, bijvoorbeeld op het loon of de bankrekening. 
Naast deze algemene bevoegdheden waar alle schuldeisers over beschikken, hebben 
sommige — waaronder de meeste overheidsinstanties — bijzondere bevoegdheden gekregen 
van de wetgever. Zij hebben meestal geen rechterlijk vonnis nodig om over te gaan tot 
dwanginvordering; zij verscharfen zichzelf een executoriale titel via het uitbrengen van een 
dwangbevel. Daarna kunnen zij van hun bijzondere bevoegdheden gebruik maken, zoals 
het leggen van beslag. 

Het CJIB heeft bij de tenuitvoerlegging van de Wet Mulderboetes de bevoegdheid om 
burgers die hun betalingsverplichtingen niet nakomen, in gijzeling te nemen. Gijzeling is 
een drukmiddel om betaling af te dwingen. Het CJIB zet jaarlijks 25.000 mensen in de eel 
om ze te dwingen hun verkeersboete te betalen. Wanbetalers kunnen per boete maximaal 
zeven dagen worden vastgezet, net zo vaak tot de boete alsnog is betaald. Meestal is celstraf 
echter zonder effect, wijst de praktijk uit. Slechts een op de tien burgers gaat tijdens 
detentie alsnog tot betaling over. 9 



In het krijt bij de overheid 



De laatste jaren hebben — vooral — overheidsinstanties steeds ingrijpendere bevoegdheden 
gekregen voor het innen van vorderingen die geen boetes zijn. De Belastingdienst mag 
bijvoorbeeld teveel ontvangen toeslag verrekenen met nog uit te keren toeslagen. Het 
CJIB, de Belastingdienst en bijvoorbeeld de gemeenten hebben de bevoegdheid gekregen 
om in bepaalde situaties een vordering tot maximaal € 1000 direct van de bankrekening 
van de debiteur te incasseren. Zij hoeven hierbij geen rekening te houden met de 
beslagvrije voet van burgers. Voor de desbetreffende overheden biedt deze zogenoemde 
overheidsvordering een goedkoop en efficient instrument. Ook is in 2009 de 
'wanbetalersregeling' 10 van kracht geworden: een nieuw instrument om 
premieachterstanden bij verzekerden in te vorderen. Na een premieachterstand van zes 
maanden wordt de premie -inning overgenomen door het College van Zorgverzekeringen. 
De bestuursrechtelijke premie die dan verschuldigd is, bedraagt 130 % van de 
standaardpremie. Deze premie is niet alleen veel hoger, maar ook preferent aangezien de 
premie direct op het inkomen ('bronhemng') van de debiteur wordt ingehouden. Daarmee 
heeft het CVZ voorrang op andere schuldeisers. 

^p Probleem: de overheid krijgt steeds verdergaande bevoegdheden waarvan de burger steeds 
ingrijpeiider gevolgen ondervindt. 



Ccl helpt met bij wanbetaler, 
Almere vandaag, 8 december 
2012. Zie ook rapport No 
2011/338. 

11 Wet Structurelc maatregelen 
wanbetalers zorgverzekering, 
in werkmg gctrcden op 
1 September 2009. 

1 Inwerkingtreding op 1 januari 
2013. 



2.3 Groeiende nadruk op terugvordering 

De afgelopen jaren neemt in de politiek de aandacht toe voor het opleggen van sancties: 
de overheid treedt steeds repressiever op. Dit geldt ook ten aanzien van invorderingen door 
de overheid. Het meest recente voorbeeld daarvan is de Wet aanscherping en handhaving 
sanctiebeleid SZW-wetgeving." In deze wet is geregeld dat uitkeringsontvangers die 
frauderen, altijd de uitkering die zij ten onrechte verkregen hebben, moeten terugbetalen. 
Ze krijgen daar bovenop datzelfde bedrag aan boete opgelegd. Dus als iemand voor € 1.000 
fraudeert, dan moet diegene niet alleen dat bedrag terugbetalen, maar krijgt hij daar 
bovenop nog een boete van € 1.000. Bij een tweede fraudepleging is de boete 150 procent 
van het bedrag dat ten onrechte is uitgekeerd, dus in dit voorbeeld € 1.500. De beslagvrije 
voet mag ook voor een bepaalde periode buiten beschouwing worden gelaten. Gemeenten 
worden verplicht de sancties uit te voeren en altijd terug te vorderen. Deze wet heeft ook 
gevolgen voor de schuldhulpverlening. Bij verwijtbare schulden mag de gemeente namelijk 
niet meewerken aan schuldregelingen. 

De Nationale ombudsman is het ermee eens dat fraude niet mag lonen. Tegelijkertijd heeft 
de ombudsman tijdens dit onderzoek uit verschillende hoeken, van schuldhulpverleners en 
gemeenten, grote bezorgdheid gehoord over de verstrekkende maatschappelijke 
consequenties van deze wet. Deze zal immers de schuldhulpverlening aan bepaalde burgers 



Problemen overheid als schuldeiser 



die te niaken krijgen met een terugvordering, feitelijk onmogelijk maken. De invordering 
door de overheid gaat schuldhulpverlening door diezelfde overheid steeds meer in de weg 
zitten. Daardoor kunnen schrijnende maatschappelijke situaties ontstaan. Gemeeiiten en 
andere uitkeringsinstanties komen door het dwingende karakter van deze vorderingen steeds 
meer in de boete-invorderingsrol, zoals die van het CJIB, aldus de schuldhulpverleners. 

Inmiddels heeft ook de Nationale ombudsman — mede naar aanleiding van signalen van veel 
schuldhulpverleners — zijn zorgen uitgesproken over de maatschappelijke gevolgen en over 
de uitvoerbaarheid van deze wet. Hij heeft het onderwerp met minister Asscher van Sociale 
Zaken en Werkgelegenheid (SZW) besproken. De minister heeft op 28 november 2012 in de 
Tweede Kamer toegezegd dat hij de effecten van deze wet goed zal blijven volgen. 12 Mocht 
blijken dat gemeenten of uitvoeringsinstanties zoals het UWV op problemen stuiten, dan zal 
de Nationale ombudsman hiervoor aandacht vragen bij de politiek. 

^p Probleem: strenger invorderen treft alle burgers, ook de goedwillende. 

2.4 Onvoldoende aandacht voor preventie 

Tijdens de rondetafelbijeenkomst werd het onderwerp preventie van problematische schul- 
den als eerste door de deelnemers aan de orde gesteld. Problematische schulden vormen een 
maatschappelijk probleem dat zoveel mogelijk voorkomen moet worden. Als burgers in een 
uitzichtloze schuldpositie terecht komen, kan dit voor de schuldenaar en zijn gezinsleden 
zeer ingrijpende maatschappelijke gevolgen hebben. 

^p Probleem: Preventie van problematische schulden heeft onvoldoende politieke aandacht. 

2.5 Hoogte boetes en rigide procedures 

De Wet Mulderboetes zijn de afgelopen jaren fors gestegen. De invorderingsprocedure 
waarbij na acht weken een verhoging van 50% en vervolgens een verhoging van 100% wordt 
opgelegd (over de boete plus eerste verhoging), was bij een boete van € 10 niet zo ingrijpend. 
Bij een boete van € 100 kan dit echter resulteren in een uiteindelijke schuld van € 300. 
Tegelijkertijd signaleert de ombudsman dat regelmatig procedures op rigide wijze worden 
toegepast en dat er weinig ruimte is voor maatwerk. 



: Algemeen overleg 
Haridhaving,Vaste 
Kamercommissie SZW, 28 
november 2012 
(ongecorrigeerd verslag). 



In het krijt bij de overheid 



ALKMAAR - Tweede Kamerlid Jan de Wit van de Socialistische Partij gaat de minister van 
Veiligheid enjustitie vragen stellen over het sanctiebeleid bij verkeersovertredingen.' 3 

De Wit doet dit naar aanleiding van artikelen op de voorpagina en de ombudspagina van het 
Noordhollands Dagblad, gisteren. Het is nu zo wettelijk vastgesteld dat sancties worden opgelegd over de 
gehele boete, ook al is eengroot dee] betaald. In de krant werd het verhaal verteld van een man die € 6 te 
weinig had betaald en uiteindelijk € 620 moest betalen om van het Centraal Jitstitieel Incassobureau afte 
komen. De Wit: "Dit is een bizar geval. Dit kan niet de bedoeling zijn van deze regeling." 



Vandaar dat De Wit, lid van de Tweede Kamercommissie Veiligheid en Justitie, Kamervragen gaat stellen . 
Deze krant berekende dat door die kleine verschrijvingen en de hoge sancties over het gehele bedrag het 
ministerie op jaarbasis enkele miljoenen euro extra vangt. De Nationale ombudsman vroeg in november 
2011 al aandacht voor ditprobleem. De minister laat het probleem nog steeds bestuderen en verwacht in 
het voorjaar van 2013 met een antwoord te komen. Mogelijk moet de wet dan worden aangepast. 



2.6 Inkomen daalt tot onder de beslagvrije voet 

In hoeverre wordt de schuldenaar beschermd? Als een schuldeiser beslag zou niogen leggen 
op het gehele inkomen van een schuldenaar, dan komt deze burger vanzelf verder in de 
problemen, doordat hij zijn vaste lasten niet kan betalen. Daarom heeft de wetgever ervoor 
gekozen dat een deel van het inkomen wordt aangemerkt als beslagvrije voet. De 
beslagvrije voet is dat deel van het inkomen, waarover de burger moet blijven beschikken 
om zijn vaste lasten en minimale levensonderhoud te kunnen betalen. De basisnorm van de 
beslagvrije voet is wettelijk vastgelegd en is — bij voldoende inkomen — minimaal 90% van 
de toepasselijke bijstandsnorm, inclusief vakantiegeld. Bij de basisnorm moet nog een deel 
van de woonkosten en zorgpremie opgeteld worden. 

Belangrijkste basisnormen beslagvrije voet (per 1 januari 2013): 
Echtpaar (> 20 en < 65 jr) € 1.189,76 p.m. 

Alleenstaande ouder (> 20 en < 65jr) € 1.070,78 p.m. 
Alleenstaande (> 20 en < 65jr) € 832,83p.m. 



3 Kamervragen SP over 
boetebeleid, Noord Hollands 
Dagblad, 18 december 2012. 

4 In 201 1 legden deurwaarders 
ongeveer 400.000 keer beslag 
op periodieke inkonisteii. 



Schuldeisers moeten bij beslag op loon of uitkering 14 rekening houden met de beslagvrije 
voet; zij moeten dus een deel van het inkomen van de burger vrijlaten. Deze beslagvrije 
voet is ook van toepassing als een uitkeringsinstantie zoals UWV, SVB of sociale dienst 
een schuld — meestal een terugvordering van teveel betaalde uitkering — verrekent met de 
maandelijkse uitkering. Ook moet de Belastingdienst de beslagvrije voet respecteren bij 
verrekening van de maandelijkse Voorlopige Teruggaaf heffingskortingen. 



Problemen overheid als schuldeiser 



Tijdens zijn onderzoek heeft de Nationale ombudsman geconstateerd dat de beslagvrije 
voet in veel gevallen te laag wordt vastgesteld. Veel burgers reageren hierop niet of veel te 
laat, omdat zij niet weten van het bestaan van de beslagvrije voet en al helemaal niet weten 
hoe hoog deze is in hun geval. Bovendien zijn zij over het algemeen huiverig oni contact 
op te nenien met de schuldeiser en om nadere gegevens te verstrekken. Deze terughoudend- 
heid heeft een averechts effect: als de deurwaarder of de uitkerende instantie de gevraagde 
gegevens niet ontvangt, is hij gedwongen om de beslagvrije voet te schatten. Die schatting 
valt bijna altijd te laag uit, zo leert de praktijk: een te lage basisnorm en geen bijtelling voor 
woonkosten en zorgpremie. In de praktijk komt het erop neer dat schuldeisers de 
beslagvrije voet pas op het juiste niveau vaststellen, nadat de burger de fout heeft ontdekt 
en om correctie gevraagd heeft ('piepsysteem'). 

^p Probleem: de beslagvrije voet wordt in veel gevallen te laag vastgesteld. 

De berekening van de beslagvrije voet is bovendien gecompliceerd. 15 Voor een leek is 
moeilijk vast te stellen of de beslagvrije voet in zijn geval correct is vastgesteld. Voor een 
juiste berekening zijn veel gegevens nodig. Ook als de burger moeite doet ontbreken vaak 
toch enkele gegevens, waardoor de deurwaarder of uitkeringsinstantie geen correcte 
berekening kan maken. 

Bovendien signaleert de ombudsman dat het corrigeren van de beslagvrije voet niet (altijd) 
gebeurt met terugwerkende kracht. De Nationale ombudsman beschouwt het als de 
maatschappelijke plicht van deurwaarders en overheidsinstanties dat zij al het mogelijke 
doen om de burger een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet te garanderen. 
Desnoods achteraf: als blijkt dat zij de beslagvrije voet te laag hebben vastgesteld, behoren 
zij deze fout met terugwerkende kracht te herstellen en het teveel gei'nde bedrag aan de burger 
terug te betalen. 



1 Op www.schuldinfo.nl kan 
men een berekening maken 
van de beslagvrije voet. 



2.7 Burger met een inkomen rond het minimum: 

een kwetsbaar kaartenhuis 

Veel regelingen zijn speciaal gericht op mensen met inkomens rond het minimum. Ze 
hebben een laag inkomen dat op allerlei manieren wordt aangevuld met voorzieningen 
vanuit de gemeente of rijksoverheid. Voor al die voorzieningen gelden specifieke 
voorwaarden. Valt een van die voorzieningen weg, dan is het budget direct niet meer 
sluitend; reserves zijn er zelden. Het op orde houden van dit inkomen vergt meer inzicht in 
en vaardigheid met al die regelingen dan veel van de betrokkenen hebben. Daarom 
reageren ze niet of te laat op brieven en geven wijzigingen in hun persoonlijke situatie niet, 
te laat of niet correct door. 



In het krijt bij de overheid 



Voorbeeld gezinsbudget alleenstaande ouder 

Het gezinsbudget van een alleenstaande ouder (twee kinderen van 9 en 16jaar) met een deeltijdbaan en 
een aanvullende bijstandsuitkering (WWB) met een huunvoning kan er zo uitzien: loon aanvullende 
WWB, voorlopige temggave, heffingskortingen, huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderbijslag, kindgebonden 
budget, belastingteruggave n.a.v. aangifte, tegemoetkoming studiekosten, kwijtschelding gemeentelijke 
en waterschapsbelasting, sportbijdrage en langdurigheidstoeslag. 

Deze alleenstaande ouder ontvangt twaalf inkomenselementen, afkomstig van acht instances. 
Daarvoor moeten achttien (digitale) formulieren perjaar worden ingevuld en ontvangt hetgezin tachtig 
betalingen perjaar. De administratieve lasten voor iemand met een minimuminkomen zijn daardoor 
enorm hoog."' 



2% | Studiekosten 

2% | Belastingteruggave 
n.a.v. aangifte 

2% | Kindgebonden budget 
7% | Kinderbijslag 
2% [ Zorgtoeslag 

12% | Huurtoeslag 




- 2% | Kwijtschelding 

- 1% | Sportbijdrage 

■ 2% | Langdurigheidstoeslag 



36% I Loon 



1 3% | Voorlopige teruggave 
heffingskortingen 



-20% I WWB 



' Verslag 2010-20 11 Sodaal 
Raadslicden, gemeente 
Nijmegen, Augustus 2012. 



2.8 Geen samenwerking tussen overheden 

Burgers met uiteenlopende inkomstenbronnen, afkomstig van veel verschillende 
overheidsinstanties, kunnen ook sneller te maken krijgen met terugvorderingen. Die 
worden weer op veel verschillende manieren geregeld en ingevorderd. Een verkeerd 
geschat inkomen heeft bijvoorbeeld verstrekkende gevolgen voor al deze verschillende 
inkomstenbronnen. Die moeten herberekend worden; bovendien moeten ze tot 
terugvorderingen leiden in een ander jaar, waarin het inkomen lager kan zijn. 



Problemen overheid als schuldeiser 



'De verschillende inkomstenbronnen vormen naast eventuele roerende en onroerende zaken 
afzonderlijke vermogensbestanddelen waarop crediteuren een vordering kunnen verhalen. De situatie 
waarin verschillende crediteuren naast elkaar beslag leggen (op verschillende inkomstenbronnen en/of 
andere vermogensbestanddelen zoals roerende of onroerende goederen), omschrijven wij in dit rapport 
met de term 'samenloop'. Schuldhulpverleners en sociaal raadslieden constateren momenteel in hun 
dagelijks werk dat er veel mis gaat in de samenloop van beslagen en andere incassoacties. De 
complexiteit van de beslagwetgeving, in combinatie met een diversiteit aan inkomensbronnen en 
meerdere crediteuren die verhaal zoeken, leiden ertoe dat een substantiate groep schuldenaren (met 
problematische schulden) feitelijk niet eens de beslagvrije voet tot haar beschikking heeft. Aangezien de 
beslagvrije voet een absoluut minimum is om van rond te komen, betekent een beschikbaar bedrag lager 
dan de beslagvrije voet, dat nieuwe schulden onvermijdelijk zijn ofdatfamilie en bekenden moeten 
bijspringen opdat nieuwe schulden worden voorkomen." 7 

2.9 Uitbesteding van (dwang)vordering 

Een ander probleem dat de Nationale ombudsman signaleert, is de spanning die kan ont- 
staan bij de uitbesteding van vorderingen. Hoe wordt behoorlijke invordering gewaarborgd 
als een overheidsinstantie de invordering uitbesteedt aan een derde partij? Worden hierover 
expliciet afspraken gemaakt en houdt de overheid hier ook toezicht op? 
De overheid zoekt naar wegen om de kosten van de invordering zoveel mogelijk te 
beperken. Zij streeft ernaar in haar onderhandelingen met externe deurwaarders een zo 
laag mogelijke prijs te bedingen. Ook de mogelijkheid van uitbesteding op basis van no cure 
no pay wordt daarbij overwogen. De ombudsman signaleert het gevaar dat als de externe 
deurwaarder geen of een onredelijk lage vergoeding krijgt voor zijn invorderingsacties, hij 
zijn vergoeding moet zien 'terug te verdienen' over de rug van de debiteur. Dit kan ertoe 
leiden dat hij invorderingsmaatregelen neemt die niet nodig, onredelijk of onbehoorlijk 
zijn. De burger en zijn gezin kunnen hierdoor geconfronteerd worden met onnodige 
kosten en met onredelijke zware dwang. Bij het verkopen van vorderingen door de 
overheid aan een externe partij, verliest de overheid de zeggenschap over en het toezicht op 
de wijze waarop die vorderingen worden ge'ind. Dan is ook niet meer gewaarborgd da de 
invordering op behoorlijke wijze geschiedt. 

^p Probleem: risico>s voor behoorlijke invordering bij uitbesteding van (dwang)vorderingen. 



17 Jungmann e.a. (2012), 
Paritas passe. 



2.10 Medewerking aan schuldhulpverleningstrajecten 

Een veel gehoorde klacht van schuldhulpverleners is dat de overheid als schuldeiser meer en 
vaker dwarsligt in het minnelijk traject dan de private schuldeisers. Overheidsinstanties 
blijken lang niet altijd bereid om akkoord te gaan met betaling van een deel van de schuld 
(tegen finale kwijting) via een schuldakkoord. Ook geven schuldhulpverleners aan dat 
overheden niet altijd toereikende informatie verstrekken, niet snel en adequaat op 
verzoeken reageren en lastig bereikbaar zijn (bijvoorbeeld alleen via een algemeen 
0900-nummer). 



In het krijt bij de overheid 



3 Visie Nationale ombudsman op 

behoorlijke invordering 

De steeds repressievere overheid zet meer en meer in op het invorderen van openstaande 
schulden. Terecht, de overheid is er immers verantwoordelijk voor dat publieke middelen 
optimaal worden ingezet. Tegelijkertijd gaat hierin een gevaar schuil. Tijdens het onderzoek 
is het de Nationale ombudsman opgevallen dat veel overheden voornamelijk bezig zijn met 
invorderen met oog voor hun eigen kasboek. Hierbij heeft de overheid echter te weinig oog 
voor de consequenties van een robuuste invordering voor de schuldenaar en zijn gezin. 
Maatschappelijk gezien kan het belangrijker zijn om een gezin op de rails te houden dan om 
koste wat kost een bepaalde vordering op een bepaald moment te incasseren. Dit kan 
namelijk betekenen dat het betrokken gezin vervolgens een beroep moet doen op een andere 
dienst van de overheid, meestal de gemeente (denk aan bijstand of schuldhulpverlening). De 
overheid is het aan zijn burgers verplicht om zijn vaak ruime invorderingsbevoegdheden — 
vooral in de fase van dwanginvordering — zorgvuldig en proportioned in te zetten. Zij dient 
zich te realiseren dat er een groeiende groep burgers bestaat die niet meer in staat is om zijn 
schulden (volledig) te betalen. Bij die kwetsbare groep kan het uitoefenen van dwang bij de 
invordering veel averechtse effecten hebben en maatschappelijk kosten veroorzaken, die 
diezelfde overheid vervolgens ook weer moet betalen. De Nationale ombudsman signaleert 
dat bij veel overheidsinstanties het belang van zoveel mogelijk invorderen zo sterk prevaleert 
dat deze instanties onvoldoende rekening houden met de oorzaken van de schulden en met de 
burger die wel wil, maar niet kan betalen. 

Visie Nationale ombudsman: verstandig invorderen met oog voor maatschappelijke kosten 

Burger aan zet: overheid is bereikbaar, levert maativerk enflexibiliteit 

Na het ontstaan van een vordering moet de overheid in haar correspondence er duidelijk op wijzen 
dat de burger telefonisch contact kan opnemen. De overheid moet goed bereikbaar zijn. 
In eerste instantie is de burger zelf aan zet. Als hij de vordering niet meteen kan betalen is het aan 
de burger om zelf contact op te nemen met de overheid over een eventuele betalingsregeling. 

Overheid aan zet: telefonisch contact 

Als de burger de vordering niet betaalt en geen regeling kan trejfen, dan is de overheid aan zet. Voordat 
de vordering wordt overgedragen aan de deunvaarder, of voordat een vordering wordt verrekend, neemt 
de overheid telefonisch contact op met de burger. In het contact met de burger zoekt de overheid actief 
naar een oplossing die aansluit bij definanciele (on)mogelijkheden van de burger (maatwerk). In de 
praktijk blijkt dit een hogere opbrengst op te leveren voor de overheid en voor de burger. 
Dwanginvordering wordt zoveel mogelijk voorkomen. 



Visie Nationale ombudsman 
op behoorlijke invordering 



Dwanginvordering: overheid blijft verantwoordelijk 

In defase van dwanginvordering zet de overheid haar verhaahbevoegdheden zorgvuldig en proportioneel 
in. De overheid garandeert de burger een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet. Samenwerking 
van en coordinatie tussen de verschihende schuldeisers is hierbij cruciaal. 

Ook ah de invordering wordt overgedragen, blijft de overheid verantwoordelijk voor de wijze waarop dit 
door deunvaarders wordt uitgevoerd. Ook dan geldt onverkort de bijzondere zorgplicht van de overheid 
voor de burger. 



In het krijt bij de overheid 



4. Spelregels voor behoorlijke invordering 
door overheidsinstanties 

Vanuit de hierboven beschreven knelpunten heeft de Nationale ombudsman een aantal 
spelregels en voor behoorlijke invordering door de overheid opgesteld. Deze gelden voor 
alle overheidsinstanties die als schuldeiser optreden. 

4.1 Medewerking aan schuldhulpverleningstrajecten 

Medewerking aan schuldhulpverleningstrajecten door overheidsinstanties is essentieel om 

burgers met problematische schulden weer op de rails te krijgen. 

^p De overheid behoort ook aan een schuldregeling mee te werken als de vordering is 

ontstaan door opzet, grove schuld of strafbare gedragingen. In die gevallen zal 

kwijtschelding aan het eind van het schuldtraject meestal onwenselijk of onmogelijk 

zijn. Maar voor de schuldenaar is het van groot belang dat hij voor andere schulden wel 

een schone lei krijgt. 
^p Overheden moeten voor schuldhulpverleners goed bereikbaar zijn en hen snel en 

adequate informatie verscharfen. 
^p Op beleidsniveau zijn veelal afspraken gemaakt over schuldhulpverleningstrajecten. 

Het is van belang dat ook de uitvoering doordrongen is van het belang van 

medewerking aan schuldhulpverleningstrajecten. 

4.2 Duidelijke beschikking 

Zoals we hiervoor hebben gezien, wordt invordering door de overheid gekenmerkt door 
complexiteit: complexiteit door de veelheid van organisaties, complexiteit door de (snel 
veranderende) gedetailleerde wetgeving, complexiteit door de verschillende regimes van 
invordering, maar ook complexiteit van de vordering en de daarbij horende beschikking zelf 
^p Een beschikking voor de burger moet in duidelijke taal zijn geschreven. De burger moet 

begrijpen waar de vordering over gaat en welke gevolgen dit voor hem zal hebben. 
^p Een goede motivering van de (grondslag of aanleiding) van de vordering is essentieel. 
^p In de beschikking moet duidelijk worden aangegeven dat de burger telefonisch contact 

kan opnemen voor toelichting op de beschikking en voor informatie over eventuele 

betalingsmogelijkheden en kwijtschelding. 
^p Als de burger zelf contact opneemt, moet de overheid via een goed bereikbaar 

telefoonnummer de burger deskundig te woord staan. 



Spelregels voor behoorlijke 
invordering door overheidsinstanties 



4.3 Flexibiliteit bij betalingsregelingen en kwijtschelding 

Bij de beoordeling van verzoeken om betalingsregelingen en kwijtschelding moet de 
overheid rekening houden met de financiele (on)mogelijkheden en persoonlijke 
omstandigheden van de burger, die wel wil maar niet kan betalen. 
^p Zij dient te kijken naar wat wel mogelijk en redelijk is in individuele gevallen 

(maatwerk). 
^p In schrijnende gevallen moet een beroep op een hardheidsclausule mogelijk zijn. 
^p Geef aan de (invorderings)professionals ook de ruimte om met de burger afspraken 

op maat te maken. 
^p Ook actieve doorverwijzing naar de schuldhulpverlening is een taak van de overheid, 

zodra blijkt dat de burger in een problematische schuldsituatie zit. 

4.4 Persoonlijk contact loont 

Als de burger de vordering niet heeft voldaan en niet zelf contact heeft opgenomen, dan is 

de overheid aan zet. 

^p Voordat zij tot dwanginvordering overgaat, moet de overheid zoveel mogelijk eerst 

contact opnemen met de burger. Uit diverse pilots 18 is gebleken dat persoonlijk contact 

met de schuldenaar meer geld en meer waardering van de burger oplevert. 
^p In het persoonlijke gesprek kan een afspraak op maat worden gemaakt over de 

betaling (of een betalingsregeling afspreken). 
^p Ook kan de overheid in deze gesprekken verkennen in hoeverre er sprake is van 

problematische schulden, zo nodig verwijzen naar schuldhulpverlening en eventueel de 

invordering tijdelijk opschorten. 



s Een persoonlijke benadering 
van debiteuren? Een onder- 
zoek naar het effect van een 
persoonlijke benadering van 
aangeniaande debiteuren. 
Gemeente Zwolle.juni 2010 
Project Terugvordering op 
Maat, Handreiking voor een 
effectiever en efficienter 
terugvorderingsbeleid. 
Gcmcenten Leiden. 
Nijniegen.Tvventerand, 
Geertruidenberg, Rotterdam 
en ISR Optiniisd, februari 
2011. 

9 Opgesteld in 2010 in samen- 
werking met de Landelijke 
Organisatie van Sociaal 
Raadslieden. 



4.5 Bescherming beslagvrije voet 

Overheidsinstanties en hun deurwaarders moeten al het mogelijke doen om de burger een 

inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet te garanderen. 

^p Overheden en deurwaarders moeten de schuldenaar actief informeren over zijn recht 

op de beslagvrije voet. 
^p Gebruik daarbij duidelijke taal: de stukken die een deurwaarder aan een beslagene 
voorlegt, zijn over het algemeen in onleesbare juridische taal gesteld. De bijsluiter van 
de deurwaarder 19 over de beslagvrije voet is wel goed leesbaar, maar bevat alleen 
algemene informatie. 
^p Geef relevante informatie: 

^p welk bedrag er vanaf welke datum maandelijks wordt ingehouden op loon of 

uitkering; 
^p hoe hoog de beslagvrije voet is en hoe deze is berekend; 
^p welke gegevens hierin wel of niet zijn meegerekend; 
^p wat de schuldenaar kan doen als de berekening onjuist of onvolledig is. 



In het krijt bij de overheid 



^p Correctie van de beslagvrije voet moet met terugwerkende kracht gebeuren (zie ook 
No 2003/254). 

4.6 Behoorlijke uitbesteding van (dwang)vorderingen 

Als een overheidsinstantie de invordering uitbesteedt aan een derde partij, moet 

gewaarborgd zijn dat deze derde de invordering op behoorlijke wijze uitvoert. 

^p De uitbestedende overheid maakt afspraken over behoorlijke invordering, houdt 
toezicht en besteedt uit onder behoorlijke financiele voorwaarden. 

i^P Neeni in de contracten met de deurwaarders expliciet een paragraaf op over 

'behoorlijke invordering'. Leg hierin onder andere vast dat de deurwaarder de burger 
in duidelijke taal erop moet wijzen dat hij recht heeft op een beslagvrije voet. 

^p Geef een eerlijke beloning per dossier. Als de externe deurwaarder geen of een 

onredelijk lage vergoeding krijgt voor zijn invorderingsacties, ontstaat het gevaar dat 
hij zijn vergoeding moet zien 'terug te verdienen' over de rug van de debiteur. Dit kan 
ertoe leiden dat hij invorderingsmaatregelen neemt die niet nodig, onredelijk en 
onbehoorlijk zijn. Het is aan de overheid om te voorkomen dat deze ongewenste 
prikkel een rol gaat spelen bij de invordering. 

^p Geen verkoop van vorderingen. Als de overheid zijn vorderingen verkoopt aan een 
externe partij, verliest hij de zeggenschap over en het toezicht op de wijze waarop die 
vorderingen worden ge'ind. Dan is ook niet meer gewaarborgd da de invordering op 
behoorlijke wijze geschiedt. De Nationale ombudsman is daarom van oordeel dat de 
overheid vorderingen niet moet verkopen aan derden. 

4.7 Samenwerking tussen verschillende overheidsinstanties 

Bij burgers met problematische schulden is sprake van gemiddeld twaalf schuldeisers, 
waaronder verschillende overheidsinstanties. Samenwerking en informatie-uitwisseling 
kunnen voorkomen dat onnodige invorderingsacties worden ondernomen. 
^p Maak zoveel mogelijk gebruik van informatie die binnen de overheidsorganisatie 

beschikbaar is. 
^p Laat deurwaarders actief informeren bij de schuldenaren naar andere beslagen en 

verrekeningen. 



Spelregels voor behoorlijke 
invordering door overheidsinstanties 



Standpunten overheden over 
behoorlijke invordering 



Op 22 november 2012 heeft de Nationale ombudsman een rondetafelgesprek gevoerd met 
vertegenwoordigers van de Belastingdienst, het UWV, CJIB, CVZ en de gemeenten 
Leiden en Utrecht. V66r en tijdens deze bijeenkomst hebben deze instanties hun visie op 
verschillende aspecten van het invorderingsproces gegeven. Na afloop van de bijeenkomst 
zijn enkele 'actiepunten' aan de deelnemers voorgelegd. Hieronder een korte weergave van 
hun reacties. 

5.1 Medewerking aan schuldhulpverlening 

Iedereen benadrukte tijdens het rondetafelgesprek het belang van en de bereidheid tot 
medewerking aan schuldhulpverlening. De Belastingdienst heeft regelmatig overleg met de 
NVVK. Het UWV/SVB en het CJIB hebben een convenant gesloten met de NVVK. 

Het CJIB werkt alleen mee aan een minnelijke schuldregeling als het gaat om 
verkeersboetes (Wet Mulder) en verleent geen finale kwijting na afloop van de 
schuldregeling. Ingeval van strafrechtelijke boetes en schadevergoedingen werkt het CJIB 
niet mee. 

Gemeente Utrecht benadrukt dat een minnelijk schuldtraject vaak niet mogelijk is, omdat 
de schuldenaar niet voldoet aan de voorwaarden voor een schuldregeling. Als een 
schuldregeling niet mogelijk is, dan moet de overheid nog steeds kijken wat wel mogelijk 
is, zoals het stabiliseren van de schuldsituatie. Ook dan is medewerking van de overheid 
noodzakelijk. 

Tijdens de rondetafelbijeenkomst is ook gesproken over de Wet verscherping handhaving en 
sanctiebeleid SZW wetgeving. Duidelijk werd dat gemeenten en het UWV het dwingende 
karakter van deze wet een lastige factor vinden bij de uitvoering. Inmiddels heeft de 
Nationale ombudsman hierover, ook naar aanleiding van signalen van schuldhulpverleners, 
zijn zorgen uitgesproken. Hij heeft het onderwerp ook met minister Asscher besproken, die 
op zijn beurt in de Tweede Kamer heeft toegezegd dat hij goed in de gaten gaat houden of 
deze wet in de praktijk uitvoerbaar is. Mocht blijken dat gemeenten of uitvoeringsinstanties 
als het UWV op problemen stuiten, dan zal hij bijsturen. 

^p De Nationale ombudsman heeft zowel het UWV als de gemeenten gevraagd om signalen over 
concrete problemen bij toepassing van deze wet bij de Nationale ombudsman te melden. De 
Nationale ombudsman zal deze oproep ook breder uitzetten in zijn netwerk van intermedials, 
gemeenten en anderen, zodat hij deze signalen gecombineerd aan SZWkan voorleggen. 



In het krijt bij de overheid 



5.2 Duidelijke beschikking 

Het belang van een duidelijke beschikking wordt door alle aanwezigen onderschreven. 
Het UWV en de Belastingdienst erkennen dat een aantal van hun beschikkingen voor 
verbetering vatbaar zijn. De aanwezigen vinden dat gezocht moet worden naar nieuwe 
manieren oni de doelgroep te informeren (met filmpjes op internet) of aan te manen (via 
sms'jes of telefonisch contact). 

^p Het UWV gaat de beschikkingen binnenkort doorlichten. 

5.3 Flexibiliteit bij betalingsregelingen en kwijtschelding 

Alle aanwezigen zijn van mening dat de overheid rekening moet houden met de 
betalingsproblemen van de schuldenaar, voor zover dat mogelijk is. 

Alle aanwezigen behalve het CJIB, bieden de mogelijkheid om de schuld in termijnen te 
betalen. Ook bieden zij de mogelijkheid van kwijtschelding als de debiteur blijvend niet in 
staat is om zijn schuld af te lossen. Het CJIB staat alleen een betalingsregeling toe als het 
gaat om strafrechtelijke boetes en om schadevergoedingsmaatregelen. Hoewel het CJIB 
erkent dat de Wet Mulderboetes en de verhogingen (bij niet-tijdig betalen) sinds de 
invoering in 1992 fors zijn verhoogd, staat het volgens het huidige beleid geen 
betalingsregeling toe. 

5.4 Persoonlijk contact loont 

De meeste deelnemers zien zeker de meerwaarde van persoonlijk contact en hebben 
positieve ervaringen met telefonisch contact in het kader van invordering opgedaan: de 
gemeente Leiden met Terugvordering Op Maat 2 ", de Belastingdienst met een pilot Telefonische 
incasso 2 ' en het CVZ met een belcampagne onder werkgevers die de wanbetalerspremie niet 
inhouden op het loon. 



: " Belastingdienst heeft in de 
tweede helft van 2012 een 
pilot 'Telefonisch invorderen' 
gedaan. Resultaten nog niet 
bekend bij het ter perse gaan 
van dit rapport. 

:1 Een handreiking van 
RadarAdvies over een 
efficienter en effectiever 
terugvordering in opdracht 
van de Gemeente Leiden 
(2011) 



Tegelijkertijd achten enkele deelnemers (CJIB, Belastingdienst en CVZ), die te maken 
hebben met grote aantallen debiteuren, persoonlijk contact met de debiteur niet mogelijk 
door gebrek aan personeel en middelen. Deze deelnemers achten dit persoonlijk contact pas 
mogelijk in de fase dat de deurwaarder de invordering uitvoert. Iedereen kan zich vinden 
in de conclusie, dat persoonlijk telefonisch contact een waardevol middel kan zijn om zicht 
te krijgen op de situatie van de schuldenaar en om hem te bewegen tot betaling. 
De Nationale ombudsman heeft de deelnemers na afloop van het rondetafelgesprek de 



Standpunten overheden over 
behoorlijke invordering 



volgende actiepunten voorgelegd: 

• Deze goede ervaringen met telefonische incasso moeten worden gedeeld, zodat het 

persoonlijk contact kan worden ingezet op een moment dat het loont en effect heeft. 
Wie neemt het initiatief om de goede lessen van deze ervaringen te delen en te 
verspreiden? 

• Verder beveel ik u aan om deze goede ervaringen binnen uw organisatie te benutten. 
Ik hoor graag van u welke initiatieven u het komende half jaar gaat ondernemen om 
met telefonisch contact aan de slag te gaan. 

In reactie hierop liet/lieten: 

• het CJIB en het UWV weten persoonlijk contact niet mogelijk te achten; 

• het CVZ weten om samen met het ministerie van VWS te overleggen in welke 
specifieke situaties zij telefonisch contact gaan inzetten; 

• de Belastingdienst weten hun resultaten van hun pilot 'Telefonische incasso' met de 
andere deelnemers te zullen delen. 

^p Aangezien de deelnemende organisaties weinig bereidheid toonden om zelf actie te 
ondernemen om met persoonlijk contact binnen de organisatie aan de gang te gaan, 
ziet de ombudsman aanleiding om hierover een aanbeveling te doen aan de betrokken 
ministers (zie hoofdstuk 6). 

5.5 Bescherming beslagvrije voet 

Alle aanwezigen onderschrijven dat het van groot belang is dat de burger te alien tijde de 
beschikking moet blijven houden over een inkomen ter hoogte van de beslagvrije voet. 
Daar worden enkele kanttekeningen bij gemaakt. 

Gemeente Leiden is van mening dat de burger niet alleen recht heeft op de beslagvrije 

voet, maar ook op toeslagen en kinderbijslag. Die minimavoorzieningen maken ook deel 

uit van het absolute minimum, waarover de burger moet blijven beschikken. 

De Belastingdienst vermeldt dat — als de burger niet reageert op een terugvordering — zij 

het recht heeft om uit eigen beweging te gaan verrekenen met de lopende toeslag of 

belastingteruggaaf. Pas als de burger daarom vraagt, houdt de Belastingdienst rekening met 

de beslagvrije voet (piepsysteem). 

Het UWV kan de beslagvrije voet op nihil stellen als de burger weigert zijn financiele 

gegevens te verschaffen. 

5.6 Behoorlijke uitbesteding van (dwang)vorderingen 

Alle deelnemers vertrouwen erop dat de (eigen of ingehuurde deurwaarders) de 
vorderingen op behoorlijke wijze innen. Zij gaan ervan uit dat de eigen gedragscode van 
de beroepsgroep van deurwaarders hiertoe voldoende waarborgen biedt. 



In het krijt bij de overheid 



De Nationale ombudsman heeft de deelnemers na afloop van het rondetafelgesprek het 
volgende actiepunt voorgelegd: de Nationale ombudsman doet u de aanbeveling om in de 
contracten met de deurwaarders expliciet een paragraaf over 'behoorlijke invordering' op 
te nemen. Hierin is onder meer opgenomen dat de deurwaarder de burger expliciet wijst 
op zijn beslagvrije voet. 

^p In reactie hierop lieten alle deelnemers weten hun contracten hierop te bezien. 

5.7 Samenwerking tussen verschillende overheidsinstanties 

Preventie en vroegsignalering van schulden 

De deelnemers van de rondetafelbijeenkomst achten preventie en vroegsignalering van 
schulden van groot belang. Bij overheidsinstanties is veel informatie beschikbaar over 
personen met problematische schulden. Deze informatie zou beter gebruikt kunnen 
worden om te voorkomen dat een gezin financieel ontspoort. Het ligt het meest voor de 
hand dat gemeenten hierin een regiefunctie vervullen. Die krijgen immers een steeds 
vooraanstaander rol in werk, inkomen en schulden. Daarnaast zou een schuldenregister van 
overheidsdebiteuren mogelijk een nuttige rol kunnen spelen. 

^p De Nationale ombudsman zal de minister van SZW aanbevelen om een leidende rol op 
zich te nemen. Onderzoek is nodig om adequate en proportionele maatregelen te 
nemen die problematische schulden zo goed mogelijk voorkomen. Ook moet de 
minister van SZW verkennen in hoeverre de informatie die binnen de overheid 
beschikbaar is, beter kan worden gebruikt om eerder passende matregelen te nemen. 
De aanwezigen ondersteunen deze aanbevelingen van de Nationale ombudsman. 

Samenwerking en coordinate bij de invordering 

Alle deelnemende instanties achten een beslagregister een stap in de goede richting. Zij 
erkennen dat daarnaast verdergaande samenwerking tussen invorderende 
overheidsinstanties noodzakelijk is. Het ligt voor de hand dat de rijksoverheid, in dit geval 
het Ministerie van SZW, daartoe het initiatief zou moeten nemen en de mogelijkheden en 
(wettelijke) belemmeringen daartoe zou moeten onderzoeken. 

^p De Nationale ombudsman zal de ministers van Veiligheid en Justitie en SZW 
aanbevelen om de samenwerking en de coordinate tussen de verschillende 
overheidsinstanties te verbeteren. Een beslagregister is daarvoor een eerste stap. 
De aanwezigen ondersteunen deze aanbeveling van de Nationale ombudsman. 
(Zie hoofdstuk 6). 



Standpunten overheden over 
behoorlijke invordering 



6. Aanbevelingen 



Naast aanbevelingen voor alle overheidsinstanties die als schuldeiser optreden, heeft de 
ombudsman ook enkele aanbevelingen geformuleerd voor de verantwoordelijke ministers. 
Sommige knelpunten zijn namelijk niet op te lossen door de uitvoeringsinstanties en 
gemeentes afzonderlijk, maar hebben de inzet van de wetgever en de verantwoordelijke 
ministers nodig. 

I . Aanbeveling aan de ministers voor Wonen en Rijksdienst, 
SZW en Veiligheid en Justitie 

Samenwerking en coordinatie tussen verschillende overheidsinstanties 

Op welke wijze kan de informatie die al beschikbaar is over vorderingen, verrekeningen 
en beslagen beter gebruikt worden om problemen te voorkomen? Het gaat er niet alleen 
om dat een bepaalde overheidsinstantie zijn vordering kan innen, maar ook dat de 
verschillende overheidsorganisaties zodanig samenwerken dat verhaal van vorderingen 
optimaal mogelijk is. Alle aanwezigen tijdens de rondetafelbijeenkomst benadrukten het 
belang van meer samenwerking en coordinatie tussen de overheden. Een beslagregister is 
daarvoor slechts een eerste stap. 

^p De Nationals ombudsman doet, mede namens de aanwezigen, de aanbeveling aan de ministers 
voor Wonen en Rijksdienst, Veiligheid en Justitie en SZW om de samen-werking en coordinatie 
tussen de verschillende overheidsinstanties te verbeteren. Hierbij nemen de geformuleerde spelregels 
voor behoorlijke invordering een centrale plaats in. Gelet op zijn verantwoordelijkheid voor een 
Compacte Rijksdienst, waarin het voornemen om te komen tot een Rijksincassodienst is 
opgenomen, beveelt de Nationale ombudsman aan dat de minister voor Wonen en Rijksdienst 
hiertoe het initiatiefneemt. 

I I . Aanbevelingen aan de minister van SZW 

De Nationale ombudsman doet, mede namens het CVZ, het CJIB en de Belastingdienst de 
volgende aanbeveling 

Preventie van problematische schulden 

Een van de eerste punten waarover tijdens de rondetafelbijeenkomst werd gesproken, was 
het belang van preventie van schulden en het voorkomen dat een gezin fmancieel 
ontspoort. Een schuldenregister zou hierbij mogelijk een rol kunnen spelen. Andere vragen 
die ter tafel kwamen: wat zijn indicatoren die een voorspellende waarde hebben voor 



In het krijt bij de overheid 



problematische schulden? Nadja Jungmann heeft hier een eerste verkenning naar verricht. 22 
Verder werd door verschillende aanwezigen aangegeven dat er binnen de organisaties veel 
informatie beschikbaar is over personen met problematische schulden. Deze informatie zou 
beter gebruikt en gedeeld kunnen worden, om eerder in te kunnen grijpen. 

<^t Problematische schulden zijn een maatschappelijk probleem. Preventie, voorkomen dat schulden te 
hoog worden, is van het grootste belang. De overheid moet daar een leidende rol in spelen. 

^p De Nationale ombudsman doet, mede namens de Belastingdienst, het CJIB en CVZ, een 

aanbeveling aan de minister van SZW om deze leidende rol op zich te nemen. Nader onderzoek 
is nodig om adequate en proportionele maatregelen te nemen om problematische schulden zo 
effectiej mogelijk te voorkomen. 

^p Ook moet de minister van SZW verkennen in hoeverre de informatie die al binnen de overheid 
beschikbaar is, beter kan warden gebruikt om in een eerder stadium passende maatregelen te nemen. 

III. Aanbevelingen aan de ministers van SZW, V&J, Financien en VWS 

Persoonlijk contact loont 

Onder de aanwezigen werd duidelijk dat er ervaringen zijn/worden opgedaan met 
telefonisch contact in het kader van invordering: de Belastingdienst met telefonische 
incasso, de gemeente met Terugvordering Op Maat, het CVZ met een bel actie onder 
werkgevers die verantwoordelijk zijn voor broninhouding. Hieruit is gebleken dat de 
burgers het contact waardeerden, en dat het bovendien loont. Tegelijkertijd bestaat er veel 
weerstand bij de uitvoerders om telefonisch contact op te nemen. 

^p De Nationale ombudsman doet de aanbeveling aan de ministers om de uitvoeringsinstanties de 
gelegenheid te bieden persoonlijk contact te leggen met burgers die een vordering open hebben staan. 



1 N. Jungmann, M.Anderson, 
Vroegsignalering moet en kan! 
Ecu onderzoek naar de toege- 
voegde waarde van een Landelijk 
Informatiesysteem Schulden, 
Social Force, 201 1 . 



Gesprek over integrate aanpak schulden en overheid als schuldeiser 

Uit onderzoek is gebleken dat de schuldenproblematiek, de rol van de deurwaarder en de 
overheden die als schuldeiser een rol spelen, verspreid zijn over verschillende ministeries. 
Onderliggende wetgeving zorgt ook voor problemen. Om de samenwerking tussen de 
overheden te verbeteren, gaat de ombudsman graag in gesprek met de ministers van 
Veiligheid enjustitie, SZW en Financien over een integrale en overheidsbrede aanpak 
van schulden en over de overheid als schuldeiser. Hierbij zal ook de mogelijke rol van 
de gemeente als regievoerder bij verschillende invorderende overheden (ook los van 
schuldhulpverleningstrajecten) worden besproken. 



Aanbevelingen aan de 
verantwoordelijke ministers 



7. Vooruitblik: behoorlijke invordering 
in de (nabije) toekomst 

De Nationale ombudsman ziet dit rapport, met de daarbij horende aanbevelingen voor 
invorderende overheidsinstanties en aanbevelingen voor de betrokken ministers, slechts als 
een eerste stap om de overheid tot behoorlijke invordering aan te zetten. 

^p Monitoring van klachten. In de periode van 1 februari — 1 november 2013 zal de 
Nationale ombudsman alle klachten die hij krijgt over invordering van de 
Belastingdienst, het UWV, het CVZ en het CJIB aan de betreffende overheden 
voorleggen. Deze worden per drie maanden gebundeld voorgelegd aan de bestuurders 
die bij dit onderzoek betrokken zijn geweest. De ombudsman beoogt hiermee bij te 
dragen aan het inzicht van de overheidsinstanties in de problematiek voor de burgers. 

^p Aangezien de aanbevelingen gelden voor alle overheidsinstanties die als schuldeiser 
optreden, zal de ombudsman hierover ook in gesprek gaan met andere overheden, zoals 
het DUO, het LBIO en de gemeenten. 



In het krijt bij de overheid 



'Ze sturen steeds dure deurwaarders op me af 

Alex Boom heeft zijn hele leven hard gewerkt. 'Lange tijd had ik een eigen bedrijfin auto's. Omdat 
dit. een zogeheten uitwendig bedrijfwas, met 45 auto's die buiten stonden, achter een hek, was ergeen 
verzekeringsmaatschappij die het risico voor mij wilde afdekken. Tot twee keer toe zijn er auto's op 
mijn terrein in de fik gestoken. Na die tweede brand had ik niets meer. Het was een goede business, 
ik kon er altijd prima van leven, maar vanafdat moment zat ik aan de grand. 

Mijn gezondheid heeft enorm te lijden gehad onder de stress. Ik heb twee hartinfarcten en twee beroertes 
gehad, die allemaal verband hielden met mijn financiele zorgen. Nu heb ik COPD, een chronische 
longziekte. Mijn hart is zo zwak dat het volgens de arisen ieder moment kan bezwijken. 
Ik kan nauwelijks nog lopen, ik zit thuis op de bank. Het spreken ging ook helemaal niet meer. 
Inmiddels gaat dat weer beter, maar dat heb ik zelfmet veel oefenen voor elkaar gekregen . 

Financieel gezien kan ik al jaren geen kant op. Omdat ik voor mijn ziektekostenverzekeraar een 
wanbetaler ben, houdt de overheid de premie ziektekosten in op mijn AOW. Daarbij krijg ik ook nog 
een boete van € 35 per maand van het CVZ voor de wanbetalersregeling. Daarnaast heeft de 
zorgverzekeraar heeft beslag gclegd op de zorgtoeslag onder de Belastingdienst. Dat is zo onvoorstelbaar 
zuur. Mijn hele werkende leven heb ikgeen dokter nodig gehad terwijl ik wel mijn 
ziektekostenverzekering betaalde, en nu het erop aan komt kan ik het vergeten. 
Van de mensen om me heen hoefik niet veel te verwachten. Mijn vrouw, met wie ik inmiddels 26 jaar 
getrouwd ben, is zelfook ernstig ziek. Af en toe overweeg ik om maar een touw te pakken. Ik heb nooit 
mijn hand opgehouden , altijd gewerkt voor mijn geld. En nu word ik nog schofteriger behandeld dan 
wat ik ooit zelfin Bangladesh heb gezien met de allerarmsten daar. Als ik een incassobureau bel, word 
ik vanafde eerste zin afgesnauwd. Edit, je weet niet watje hoort. Als je schulden hebt, moet je 
kruipen. Toen ikgezond was en mijn eigen broek ophield, klopte ik nooit aan bij de overheid. Maar nu 
ik ze nodig heb, doen ze niets voor me. Het is crimineel, in plaats van me te helpen, sturen ze almaar 
dure deurwaarders op me af die allerlei incassokosten maken. De enigen die daar wijzer van worden 
zijn de deurwaarders.' 



In het krijt bij de overheid 




de Nationale 
ombudsman 




de Nationale ombudsman 
Postbus 93122 
2509 AC Den Haag 

Telefoon (070) 356 35 63 

Fax (070) 360 75 72 

www.nationaleombudsman-nieuws.nl